Imagine a world, something you've never seen before. Something more beautiful than you'll ever see and then, destroy it.
 
IndexFAQZoekenGebruikerslijstRegistrerenInloggen

Deel | 
 

 Them goddamn walking dead

Ga naar beneden 
AuteurBericht
Dean

avatar

Aantal berichten : 1215
Registratiedatum : 29-12-12
Leeftijd : 20

BerichtOnderwerp: Them goddamn walking dead   vr jul 26, 2013 8:59 am

'Mam? Pap?' Haar stem trilde en angstig drukte ze zichzelf tegen de muur, haar broertje vlak bij haar. Haar hart klopte razendsnel in haar keel toen haar ouders, of wat ooit haar ouders geweest waren, dichterbij kwamen. De rasperige geluiden bevestigden het vermoeden dat ze had: ze waren niet helemaal normaal meer en Valerie wist niet wat ze daaraan kon doen, de muur achter haar blokkeerde haar uitweg en de deur zat drie meter verderop. Te ver weg dus, want de twee lopende doden kwamen steeds dichterbij en haar broertje begon te huilen. Ze probeerde nog verder weg te schuiven, iets dichter naar de deur toe en daarbij liet ze haar broertje per ongeluk los, die alleen nog maar een harder gebrul produceerde. Voordat ze het jongetje op kon pakken, was haar moeder al bij het kind en ze drukte een klauwachtige hand in de borst van het jongetje, waarna haar vader aan een been begon te trekken. Valerie slaakte een doordringende gil, bewoog nog verder naar achteren en hoorde toen het gekraak van botten en gegil dat abrupt stopte. Voorzichtig keek ze naar het drietal dat haar familie vormde en dat had ze beter niet kunnen doen, want haar broertje was een been kwijt en stond nu op het punt om ook een arm te verliezen, terwijl vanuit zijn buik ingewanden getrokken werden door haar moeder. Valerie wilde dit niet zien en wilde niet net zo eindigen als haar broertje, dus voelde snel naar de deurknop die ze in eerste instantie niet vond. Het probleem was dan ook dat haar ouders de aandacht voor het dode jongetje een beetje begonnen te verliezen en hun blikken nu op haar richtten, wat voor haar nu niet echt positief was. Haar vader zwaaide ongeveer met een arm en liep naar haar toe met een slepende pas, nog steeds de rare geluiden makend. Op het moment dat ze de bloedspetters in zijn hals kon tellen, vond ze uiteindelijk de deurknop en ze opende de deur, sloeg deze tegen het hoofd van haar vader aan en rende de ruimte uit, de trap af, naar beneden. Het probleem was dat alle elektriciteit uitgevallen was en dat ze zo'n vermoeden had dat dit niet het enige huis was waar dit rare voorval plaatsgevonden had. Helaas was er geen tijd voor haar om wat dan ook te pakken en rende ze het huis uit, om direct verschillende lopende doden te zien. Andere richting op, waar er minder waren. Rennen, rennen. Anders was ze straks dood.

Zijn armen waren om haar heen geslagen en met één hand aaide hij over haar hoofd. Het zou allemaal goed komen, hij fluisterde in haar oor dat hij haar zou beschermen. Hij zou zorgen dat haar niets overkwam, hij zou ervoor zorgen dat ze het overleefden. Haar hoofd was tegen zijn borst aangelegd en ze ademde snel, angstig. Snapte hij wel, ze had net een blik uit het raam geworpen en een gruwelijk, ondood monster had haar aangestaard, waarna deze tegen de deur van zijn huis was gaan slaan om maar naar binnen te kunnen komen. 'Kom mee, we gaan naar de kelder,' fluisterde hij zachtjes, waar ze jammerend op antwoordde. De kelder was niet de plek met de mooiste herinneringen voor haar, maar hij had er wel wapens liggen, dingen om zich mee te verdedigen. 'Daar is het veiliger, jij kan bij de deur blijven terwijl ik beneden wat wapens haal, voor verdediging.' Ze stemde uiteindelijk toch in en langzaam verplaatsten de twee zich naar de kelder, waar zij bij de deur bleef staan. Deze deur was betrekkelijk dicht bij de voordeur, maar Roy geloofde dat die deur het nog wel drie tellen vol zou houden, terwijl hij beneden enkele messen verzamelde en zijn kruisboog pakte. Kruisbogen waren prettiger dan pistolen, vond hij persoonlijk. Minder herrie. Hij had net het stof van het wapen afgeblazen toen de deur kraakte en hij een gil hoorde. Dit bracht hem in opperste staat van paraatheid en hij rende naar de trap, probeerde deze op te lopen maar Nimue, die halverwege de derde trede was, werd vastgepakt door een afschuwelijk wezen. Sowieso was ieder wezen dat haar pijn wilde doen afschuwelijk, maar dit ging nog wel wat verder. Hij richtte de kruisboog, schoot door de klauwachtige hand van het wezen omdat dat ding haar vasthield, maar het leek niets uit te halen. Geen reactie, het ding leek het in eerste instantie niet eens te merken. Nee, dat kon niet. De klauw scheurde een stuk vlees van haar arm af, ze gilde. Hij schoot nogmaals, ditmaal door het hoofd van het monster. Nu zakte het wel in en verloor zijn grip op Nimue. Helaas was het nog niet voorbij, want toen hij bij haar kwam om de wond te bestuderen, was er al een volgende die haar bloed geroken leek te hebben. En een derde. En een vierde. Het werden er meer, steeds meer en hoewel hij bleef schieten, moesten hij en zij naar achteren deinzen, verder het huis in. Het was verschrikkelijk, in een woord. Vooral toen zij struikelde over een kleed dat niet recht lag en daardoor viel. Drie monsterlijke wezens kwamen op haar toe en pakten haar vast. Binnen drie tellen waren er twee dood, maar de derde beet al in haar nek, scheurde een stuk vlees van haar lichaam af. Ze gilde, krijste, smeekte om zijn hulp, maar het was al te laat. Te laat. Hij had gefaald, want haar lichaam stopte met tegenstribbelen en hoewel hij de derde aanvaller ook doodgeschoten had, was het toch al te laat. Bloed stroomde al over haar hals, haar ogen waren glazig. Het enige goede was dat alle monsterlijke dingen dood waren.

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Tinn

avatar

Aantal berichten : 774
Registratiedatum : 20-01-13
Leeftijd : 20

BerichtOnderwerp: Re: Them goddamn walking dead   vr jul 26, 2013 9:32 am

'Kijk uit!' schreeuwde ze, waarna Nicolas een wilde ruk aan het stuur gaf. 'Het zijn er teveel,' mompelde hij, ietwat angstiger dan hij normaal zou reageren. 'Gewoon rijden!' snauwde ze, waarna ze een blik achterom wierp en even naar Mistey knikte, die de weinige spullen die ze mee hadden kunnen nemen sorteerde. Een bons op het raam naast zich maakte dat er geschrokken opkeek, maar het was niet één bons. Meerdere van die wezens stonden nu rond de auto en steeds meer van de dingen liepen op de wagen af. 'Godverdomme Nicolas, achteruit!' Hij keek haar bedenkelijk aan, waarna zij hem een doordringende blik gaf en hij uiteindelijk haar commando volgde en de auto in achteruit schakelde. 'Mistey, jij hebt meerdere zwaarden, toch?' Het meisje knikte, waarna ze met tegenzin één van de zwaarden aan haar gaf. Jac knikte langzaam terug, waarna ze zo goed mogelijk door de achteruitkijkspiegel keek. Ze had echter te laat gezien dat rotzooi op de grond de weg versperde en wanneer de banden de dingen raakte, verloor Nicolas de controle over het stuur en raakte de auto van de weg af, waarna deze in sneltempo begon te kantelen en zij na deze klap heel even niet in staat was om te denken. Een hoge gil en iets lager geschreeuw maakte dat ze vluchtig om zich heen keek, waarna ze zag hoe het raam langs Nicolas zijn kant kapot was en één van de dingen zijn arm had gegrepen en daar nu een stuk uit beet. 'Nic, nee,' jammerde ze, waarna ze zijn andere hand probeerde te zoeken, maar deze achter niet vond. Haar jongere broer schreeuwde nogmaals toen meerdere walkers eraan kwamen, al waren het deze keer woorden. Woorden die zeiden dat ze weg moesten hier, echt weg. Ze zag hoe Mistey haar wapen greep en Nic's belager probeerde af te schrikken, waar mikken vanop de achterbank wanneer je ook nog een keer ondersteboven hing was niet meteen handig. Het erge was nog eens dat het ding niet eens pijn leek te ondervinden. Dit was niet goed, helemaal niet goed. Ze zocht naar de sluiting van haar gordel, waarna ze deze los klikte en de autodeur zocht. Het feit dat Nic aan het bloeden was en nu ongeveer elke walker die hier niet was geweest zich naar zijn kant begaf, gaf haar enigszins wat tijd om te auto uit te komen. Ook Mistey had een uitweg gevonden en beiden stonden ze nu op de grasvlakte. 'We moeten Nic helpen!' jammerde ze, waarbij je duidelijk merkte hoe moeilijk ze het had om de woorden uit te spreken. 'Jij links, ik rechts,' beval ze, waarna ze zich naar de andere kant van de auto begaven en de dingen uit probeerden te moorden. Het ging echter niet zo vlot, maar Mistey kreeg er een paar neer. 'Hoofd!' gilde ze, 'mik op het hoofd!'
Enkele tellen later waren alle wezens neergehaald, waarna ze zich beiden naar Nicolas begaven en hem uit de auto uit haalden. De jongen zag er echter niet goed, want ook zijn hals was zwaar toegetakeld en hij ademde moeizaam. 'Nic,' jammerde ze, waarna ze enkele lokken haar van zijn voorhoofd streelde. 'Sorry.' Ze voelde hoe de tranen over haar wangen liepen, waarna hij naar Mistey keek. 'Ga, voor mij is het te laat, ga met Jac mee. Als er iemand is aan wie ik jou toevertrouw, is het aan haar.' Het meisje schudde haar hoofd, waarna Nicolas de tranen van haar wangen haalde. 'Nee, Nic,' zei ze. 'Ik laat je niet achter, als jij sterft, sterf ik ook.' Hij wilde protesteren, maar haar lippen op de zijne maakten dat hij dat niet kon. Gegrom en grauwende geluiden maakten de situatie er niet echt beter op, ze moesten gaan, nu. Nicolas was ondertussen gestopt met ademen, hij gebruikte zijn laatste krachten om zijn vingers met die van Mistey te verstrengelen, terwijl zij haar hoofd op zijn borst legde. 'Ik blijf hier, fluisterde ze, waarna haar stem ergens in het midden brak. 'Ga.'

Ietwat verbaasd keek hij door de ramen van het tankstation en zag hoe de dingen buiten zichzelf voortsleepten. Tergend langzaam, sommigen hadden er nog een halfdode arm of voet achteraan. Het enige wat zeker was, was dat de dingen enorm moordlustig waren. De verschillende lijken werden door elk van hen aangevreten en dat was ook waarom hij ontsnapt was : de wezens waren te druk bezig geweest met het opeten van de anderen. Dat had hem enkele minuten gegeven en in die tijd hij zijn weg naar het tankstation gevonden. De dode kassabediende had de sleutel bij zich, dus hij had ook de deur op slot kunnen draaien zodat ze dingen niet binnen konden komen. Het was nu ook niet zo dat hij hier kom blijven zitten, was ook niet echt mogelijk. Hij moest een uitweg vinden, een ingang langs achteren die meteen ook een uitgang was. Echter, net toen hij zijn plan in werking wilde zetten, hoorde hij een zacht gegrom achter zich, waarna hij dezelfde slepende passen hoorden als eerder. Wacht, de kassier was dood, toch? Hij draaide zich in een ruk om, waarna hij zag dat de kassier van net terug tot leven was gekomen. Of ja, tot leven. Heel erg veel leven zat er niet in de man. Hij haalde naar hem uit, waarna zijn handen naar iets zochten om de man op afstand te houden. Een fles alcohol bood hem, voor de zoveelste keer, een oplossing en hij sloeg de fles kapot tegen het hoofd van de halfdode, waarna deze in elkaar zakte en een stuk glas in zijn hoofd bleef zitten. Hij snoof walgend zijn neus op, wat de geur alleen maar doordringender maakte en heel even leek het alsof hij door zijn nek zou gaan, al wist hij zich toch nog in te houden. Wat dit zonet had moeten voorstellen, was hem een raadsel. Hij was er alleen zeker van dat de man weer tot leven was gekomen, of zijn hallucinaties waren gewoon erger geworden, kon ook. Al was het wel een tijdje geleden dat hij iets had genomen. Afkickverschijnselen? Nee, klonk niet echt logisch. Nou ja. Hij zocht de kleine winkel door en vond een rugzak, die hij vulde met de spullen die hem het beste leken : een aansteker, wat voedsel, zaklampen en natuurlijk een fles alcohol, samen met nog wat gewone drinkbare dingen. Hij graaide ook een paar zakmessen mee, net zoals hij nog een lakentje vond. Zo'n klein, dun ding, maar het was tenslotte beter dan niets. Goed, een blik op het grote raam vertelde hem dat het tijd werd ervandoor te gaan en met het zakmes in zijn hand liep hij naar de achterkant van het gebouw, op zoek naar een uitweg - die hij hopelijk ook zou vinden.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Ravay
Admin
avatar

Aantal berichten : 981
Registratiedatum : 29-12-12
Leeftijd : 21

BerichtOnderwerp: Re: Them goddamn walking dead   vr jul 26, 2013 9:33 am

Het was voor Iraia erg lastig om te begrijpen wat er net gebeurd was, voor Jace ook maar op één of andere manier vond hij het toch makkelijker. Hij had al meer mee gemaakt dan het meisje naast hem en zij wilde ook nog eens alles altijd en overal met logisch nadenken oplossen en dat was gewoon onmogelijk. Daarom was ze nu zo van streek. O, plus het feit dat hun vrienden net voor hun ogen verscheurd waren door twee creaturen waarvan geen van beide overlevenden wist wat het nou precies was. Uiteindelijk was het Jace gelukt om de eerste te doden met een pook van het vuur, deze had hij door het hoofd gegooid en toen wist hij dus hoe je ze dood kon maken. Echter, de tweede was heel snel op hem af gekomen en het was dat Iraia hem een mes toe gegooid had, anders had hij dit niet overleefd. Nu moest hij proberen het snikkende meisje te troosten, haar te laten weten dat hun vrienden nooit meer terug zouden komen en haar vriendje dus ook niet. Eerst had ze geschreeuwd tegen hem, geroepen dat het toch wel goed zou komen, maar het kwam niet goed. Dat wist ze, alleen gaf ze het niet toe. ‘Iraia kom, we moeten hier weg voordat er nog meer…’ Onmogelijk. Syla was dood, hij had gevoeld hoe haar pols gestopt was. Haar hartslag was verdwenen en nu stond ze weer op. Syla was de eerste die gedood was door de zombies -zo noemde hij ze maar, want er was geen andere benaming voor- en ze hadden haar gehele maag doorboord. Nu stond ze op, lastig en wankelend, maar ze stond op. Duffe ogen richtten zich op hen en zodra Iraia zag wat er van haar vriendin geworden was, begon ze opnieuw te gillen.
Jace kon haar niet doden, hij kon het niet, niet op deze manier. Zij zou dit ook niet gewild hebben, ze zou hen niet willen doden of verwonden, maar het zou wel gebeuren. Het leek alsof ze haar verstand helemaal kwijt geraakt was. Weg. Foetsie. In een ferme greep werd Iraia’s pols door Jace vast gepakt en hij sleurde haar langs Syla het huis uit. Wat hij uit zijn ooghoeken zag verbaasde hem niet meer, de rest begon ook op te staan en Syla slenterde langzaam achter hen aan. Gebroken. Iraia rende in volle vaart achter Jace aan, de straat op. Geen aandacht besteden aan haar gevallen vrienden. Vrienden. Vriendje. Geschrokken draaide ze zich om en staarde recht in zijn ogen, zijn hand stak zich naar haar uit en heel even zag ze herkenning, maar toen grauwde hij een vreemd soort geluid en huilend rende Iraia door. Dit zou ze nooit overleven, hij was haar alles geweest. Haar moeder was ze al een keer aan kanker kwijt geraakt, ze had geen broertjes of zusjes gehad en haar vader dacht toch alleen maar aan zijn werk. Haar vrienden waren alles voor haar, Nate was alles voor haar. Jace ook hoor, maar zij waren nou niet bepaald de beste vrienden. Meestal vond hij haar irritant en liet dat merken ook, zodat zij op haar beurt weer liet merken dat hij nooit een vriendin zou krijgen. Natuurlijk kreeg hij die wel, ieder meisje zou hem willen (tenminste dat dacht ze, Iraia was niet zo meisje-meisje-achtig) en dat wist hij ook, maar hij gaf hen eigenlijk nooit aandacht. Ooit had ze het verhaal wel gehoord hoor, er was een meisje waar hij van hield. Iemand genaamd Alia, niemand wist wat er met haar gebeurd was, maar ze was niet meer in leven. Jace zou het weten, hij kon het haar vertellen, maar dat deed hij niet. Hij hield voor zich wat er met het meisje gebeurd was, het nut was er niet om anderen te vertellen dat hij haar om het leven had gebracht tijdens een aanval. Hij was woedend geweest, niet eens specifiek op haar, maar zij was de enige in de buurt waarop hij zijn woede kon koelen. Het was verschrikkelijk. Dagenlang had hij gehuild, wel pas nadat hij haar had begraven en hij was nooit meer in dat huis terug gekomen. Het was één en al herinnering aan Alia en om nu al die mensen dood te zien gaan, mensen die hij als vrienden beschouwde, het trok aan hem. Doodde hem vanbinnen, niemand zag het, maar het gebeurde wel. Hoe ging hij dit ooit overleven? Met Iraia achter zich aan slepend ook nog eens. ‘Jace, we hebben iets van wapens nodig, we overleven het niet met een mes en een pook.’ Wanhoop, haar stem was doordrenkt van wanhoop en er kwam een grimmige glimlach op Jace z’n gezicht. Hij had vroeger wel wapens gehad en hij kon er goed mee omgaan ook, maar dan moest hij ze wel eerst ophalen. Een pistool. Hij had een pistool nodig en wel nu. Had hij het lef om terug te gaan naar dat huis? Er konden overal zombies zitten, of erger, hij kon het graf van Alia tegen komen. Maar er was dan wel een kans dat Iraia en hij het zouden overleven. Een kans dat ze uit deze hel kwamen en dat ze gered werden. Maakte niet uit door wie, maar weer terug naar de bewoonde, levende wereld. ‘Laten we naar mijn oude huis gaan, daar ben je voor eventjes veilig en ik kan er wapens halen. Tot die tijd zal je het moeten doen met de dingen die je op straat vindt, ik zal proberen je te beschermen.’
Iraia wist niet of ze hem zou moeten geloven, geloven dat hij haar ging beschermen tegen die monsters die ze hier op straat tegen kwam, maar was er iets anders dat ze kon doen? Kon ze gewoon besluiten om er zelf vandoor te gaan en dan haar enige bescherming kwijt te raken? Nee, dat kon ze niet. Iraia had Jace nodig, hij haar niet en dat wist ze heel goed, maar misschien kon ze voor hem koken? Ja, Iraia kon goed koken. Dat lieten mensen haar tenminste altijd doen, maar je wist nooit of er überhaupt eten te vinden zou zijn.

_________________
Hope is all you have, let me destroy it.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://tradimenzi.actieforum.com
Dean

avatar

Aantal berichten : 1215
Registratiedatum : 29-12-12
Leeftijd : 20

BerichtOnderwerp: Re: Them goddamn walking dead   vr jul 26, 2013 10:24 am

Weg. De straten op, die overbevolkt leken te zijn. Doodsbange mensen die hun huizen verlieten, monsterachtige zombies die de doodsbange mensen op probeerden te vreten en de dode lijken die steegjes en de weg naar achteraf gelegen gebieden versperden. Dat betekende dat er maar één weg was die ze kon volgen en dat was vooruit, want achter haar leken de straten alleen maar voller te worden en dat was zeer beangstigend. De geluiden en het geschreeuw leken steeds minder te worden, alsof er minder mensen waren om ze te produceren. Alleen het monsterachtige gegrom bleef maar aanzwellen en ze had het gevoel dat ze omsingeld werd door de wezens, die nu ook huizen in aan het dringen waren. Haar ogen richtte ze bij toeval op een trap die naar het dak van een kantoorgebouw leidde en ze besloot de gok te wagen, trok zich op aan de sporten en ging zo snel mogelijk naar boven, in de hoop dat de monsterlijke wezens haar daar niet konden volgen. Hopelijk hadden ze niet her coördinatievermogen om sporten te grijpen en hopelijk was er op het dak niemand, anders had ze gewoon een zwaar probleem. Ze klom steeds hoger en uiteindelijk bereikte ze het dak, trok zich erop en keek over de platte daken heen. Niets, er was hier niet en toen ze een blik naar beneden wierp, merkte ze dat de wezens inderdaad niet zo goed een trap op konden klimmen. Nou dat was voor haar alleen maar positief, om eerlijk te zijn. Ze kon hier natuurlijk niet voor eeuwig blijven, maar wachten tot het wat rustiger werd daar beneden, was misschien geen slecht idee. Vanaf hier kon ze goed overzien hoe slecht het eigenlijk met de stad gesteld was, alles leek overlopen te zijn door de wandelende doden. Ze rilde eventjes toen ze hieraan dacht en zag de beelden van haar ouders weer voorbijflitsen, maar negeerde het zo goed mogelijk. Ze was alleen en had helemaal niets om zichzelf mee in leven te houden, dat was toch al genoeg hel? Nou ja, ze zou wel zien hoe alles liep want als ze pech had, zou ze niet eens lang genoeg in leven blijven om honger te kunnen krijgen. Nee, hier wilde ze eigenlijk niet over nadenken wat dat was deprimerend, hoewel het ook de waarheid was. Haar vingers trilden en ook kon ze nauwelijks nog op haar benen staan, dus ging ze maar op het dak zitten, op de rand. Zo kon ze uitkijken over de puinhoop die haar stad voor moest stellen.

'Nimue,' fluisterde hij zachtjes, nauwelijks hoorbaar. Zijn stem brak bij de eerste lettergreep en bleef gebroken. Ook toen hij neerknielde bij het doodstille lichaam oogde alles aan hem dat hij gebroken was, alsof er niets meer van hem over was. Zijn hand pakte die van haar, maar de polsslag die hij normaliter voelde, was verdwenen. Zijn vingers gleden over de huid, over de zwarte inkt die hij hoogstpersoonlijk in haar huid had geschreven en voelde dat ze afkoelde, dat haar lichaam de dood om zich heen had hangen. Ze was dood en hij wist het, hij had genoeg dood gezien om te weten dat ze gestorven was. Maar hij wilde het niet weten, hij wilde niet weten dat ze niet meer ademde, niet meer leefde. Alles was de schuld van die wezens, die monsterlijke dingen die hun huis binnengedrongen waren en hadden gedaan alsof zij een lekker hapje van hen was. Wat ze waarschijnlijk ook geweest zou zijn als hij ze niet tegengehouden had. Nee, zijn lieve Nimue verdiende het niet om zo te sterven. Ze moest leven, vliegen als een vrije vogel. Voorzichtig tilde hij haar lichaam op, drukte het tegen zich aan. Nimue, de vogel. Het meisje met de zilveren vingers. De enige om wie hij ooit gegeven had en om wie hij ooit zou geven. Zijn huis was nu verlaten, de lopende doden waren verder gegaan. Op zoek naar andere slachtoffers, die minder snel terug zouden vechten. Hij legde haar op de bank neer, ver weg van de monsterlijke wezens. Niet dat hij daarna niet terugliep hoor, daar niet van. De dingen hadden pijlen in hun kop, pijlen die later nog wel eens zijn leven konden redden wanneer hij aangevallen werd. Dan kon hij zichzelf redden zoals hij haar niet had kunnen redden. Nee, niet aan denken. Hij was gebroken, kapot. Trok de pijlen uit de nu echt dode doden en borg ze op. Hij moest hier weggaan, maar niet voordat hij gepast afscheid van het meisje had genomen, het meisje dat een plek naar zijn hart gevonden had en het meisje dat nu dood op de bank lag, de bank waar hij haar vroeger zo vaak op had gelegd om haar te verzorgen. Vlak bij de piano, die nu door niemand meer aangeraakt zou worden. Hij zuchtte, pakte eerst alle spullen die hij nodig zou kunnen hebben bij elkaar. Enkele etenswaren die lang houdbaar waren en een vliesdeken, die kwamen altijd van pas. Toen liep hij weer terug naar de woonkamer, met een aansteker in zijn hand. Hij was van plan zijn hele huis in vlammen op te laten gaan, samen met het meisje. Dit moest echter uitgesteld worden toen hij geluid hoorde vanaf de bank en Nimue overeind kwam. Zijn adem stokte toen hij de lege ogen zag en de gapende wond in haar hals, maar verder zag ze er net zo uit als eerder. 'Nimue...' fluisterde hij opnieuw, maar ze zei geen zinnig woord en kwam grauwend op hem af. Zijn instincten waren gelukkig sneller dan zijn gedachten, want het mes zat al in haar schedel voordat hij echt na kon denken. Ze viel opnieuw neer, nu echt dood. Nimue. Dood. Gestorven vogel, nu echt. Ze zou niet hoeven zwerven als een monster. Opnieuw tilde hij haar op, legde haar op de bank. Daarna stak hij meerdere lucifers aan, verspreidde deze over een aantal plaatsen in zijn huis. Dode lichamen die vlam vatten en de gordijnen die als brandstof dienden voor een ander vuurtje. Het huis zou snel in vuur en vlam zijn, maar de resterende tijd die hij had, gebruikte hij om haar een kus op haar lippen te geven en daarna verliet hij het huis, keek hoe deze afbrandde. Die ondoden? Die kon hij later wel om zeep helpen. Nimue, zijn lieve vogel, was gestorven en brandde nu naar de hemel.

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Tinn

avatar

Aantal berichten : 774
Registratiedatum : 20-01-13
Leeftijd : 20

BerichtOnderwerp: Re: Them goddamn walking dead   vr jul 26, 2013 9:32 pm

Voor zover het haar gelukt was om de tranen binnen te houden liep ze verder, de weg was minder druk dan eerder, maar achterom kijken deed ze niet meer. Vooruit, geen tijd verspillen. Ze moest weg hier, echt weg. Ze had niet eens tijd gehad om de spullen van de achterbank te halen, het enige wat ze had was het zwaard dat Mistey haar had gegeven en dat was puur toeval geweest. Of ja, toeval. Nee, ze moest de momenten van net vergeten. Uit haar geheugen bannen, voor zover dat mogelijk zou zijn. Het enige wat die dingen neer kon halen, was het vernietigen van hun hoofd. Hersenen, eerder. Verder maakte het niet uit waar je stak, ze zouden toch blijven leven. Dat wetende maakte voor haar ook duidelijk dat deze dingen niet geheel menselijk waren, want ieder ander zou sterven na een messteek in de maag of het hart. Een tankstation iets verderop viel haar op, waarna ze besloot de gok te wagen en daar eventueel nog wat spullen te halen. Onderweg haalde ze nog een paar van de halfdode dingen neer, waarna ze besloot via de achterkant van het gebouw naar binnen te gaan. Langs voor zou het gewoon veel te druk zijn en het geluid dat er vandaan kwam bevestigde dat ook weer. Niet goed. Wat als ze straks de enige levende persoon zou zijn hier? Nee, daar mocht ze niet aan denken. Zou niet zo zijn. Kon niet, toch? Nee, nee. Ze vond uiteindelijk de achterdeur die zo te zien al een tijdje niet meer was gebruikt en met een flinke duw kreeg ze deze open, waarna ze zo snel mogelijk naar binnen liep en zag hoe ondertussen de horde van net terug begon te keren. Ze probeerde de deur nog een keer te barricaderen met de spullen die hier lagen, maar erg veel waren dat er niet. Nee, geen tijd, rennen. Ze zou het langs voren moeten proberen. Ze wilde weer opstaan, maar hoorde een andere pas achter zich. Geen trage, slepende passen zoals die van buiten klonken, maar gestage voetstappen en een regelmatige ademhaling, zonder gegrom. Toch greep ze haar zwaard en draaide ze zich om, waarna haar blik op de jongen viel die iets langer was dan zij. Niet dat ze zich erdoor liet afschrikken, integendeel, de jongen leek even verbaasd te zijn als zij was, alleen iets langer en daarom had zij de tijd om hem met haar arm klem te zetten. Ze drukte hem tegen de muur aan, waarna ze haar onderarm tegen zijn hals drukte. Dat was iets wat de jongen niet had verwacht en hij hapte naar adem, waarna het tegenwerken begon. 'Gebeten? Gekrabd? Iets?' Ja, Nicolas was gebeten geweest en hij was gestorven, misschien ook teruggekeerd. Ze kon alleen maar zeker zijn. 'Mh? Zeg op,' snauwde ze. Nou ja, er zat niet echt bloed op de jongen, maar dan nog wilde ze zeker zijn. Moest hij wel eerst antwoorden.

Eens hij de achterkant van het gebouw had bereikt, had hij zich stilgehouden wegens een dof kabaal dat langs twee kanten kwam. Vooraan waren de wezens bezig met het stukslaan van de ramen, die het niet eeuwig zouden houden, het geluid achteraan was voor hem onbekend geweest en daarom liep hij er nu voorzichtig op af. Elke stap maakte dat zijn hart iets sneller klopte en toen hij de persoon zag, geen gegrom hoorde en deze zich niet vooruit sleepte, wist hij dat dit niet één van hén was. Hij had echter geen tijd gehad om haar aan te spreken, want ze drukte hem al tegen een muur aan, waarna ze hem ook nog eens klem zette. 'Gebeten? Gekrabd? Iets?' Hij probeerde haar arm af zich te halen, wat niet veel uithaalde wegens haar onverwachte beweging. 'Mh? Zeg op.' Hij grinnikte even, waarna hij het meisje van zich af wist te duwen en weer lucht kreeg. 'Wil je zelf eens kijken?' vroeg hij luchtig, waarna hij glas hoorde breken voorin. 'Weg hier,' snauwde hij, waarna hij de arm van het meisje greep en haar meetrok. 'Ze komen ook langs achter,' schreeuwde ze, waarna hij haar even aankeek. 'Langs achter hebben we misschien meer kans, want voorin hebben ze de weg al gevonden.' Hij sloot alle deuren die hij tegenkwam, waarna ze uiteindelijk bij de laatste kwamen. Wapens had ze, had hij al gezien. Hij had een simpel zakmes, wat hem ook wel kon helpen. 'Ik geef je één tip,' begon ze, 'richt op het hoofd.' Hij knikte, waarna hij de deur opende en de dingen zich al richting het duo begaven, hij stak deze neer die het dichts bij hen kwamen en baande zich samen met het meisje - wiens naam hij nog niet eens kende - een weg door de groep. 'Loop naar de stad, de wegen zijn te druk,' riep ze, waarna ze beiden begonnen te rennen, de weg over, weg van het tankstation.

Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Ravay
Admin
avatar

Aantal berichten : 981
Registratiedatum : 29-12-12
Leeftijd : 21

BerichtOnderwerp: Re: Them goddamn walking dead   vr jul 26, 2013 11:41 pm

Jace wist niet zeker of hij Iraia wel mee kon nemen naar zijn oude huis, het huis waar hij samen met Samuel gewoond had. Praktijken die niet helemaal door de staat goed gekeurd werden hadden ze uitgevoerd en toen waren Alia en Haily erbij gekomen. Op één of andere manier hadden ze een heel vreemd effect op hen gehad. Haily zelf was na een aantal weken aan haar verwondingen bezweken en Sam had alles opgeruimd wat hem aan haar kon herinneren. Het was een kreng geweest, ja, maar toch had Jace het gevoel dat Sam het jammer vond om geen aandacht meer aan het meisje te kunnen besteden. Alia daarentegen had het een stuk beter gehad, hij had haar een aantal keer flink pijn gedaan, maar daarna was het beter gegaan. Zij was het eerste meisje dat hem ooit had vergeven voor de daden die hij gedaan had, het eerste meisje van wie hij ook vergiffenis had willen hebben. Het ging goed tussen Alia en hem, ze hadden het goed samen. Iedere avond aten ze iets van Chinees, Indisch of pizza en keken een Disney film. Op die manier gingen ze in een rap tempo door de films heen, maar dat maakte niet uit. Het waren heerlijke avonden, hij zou ze in ieder geval nooit vergeten. 'Iraia kijk uit,' grommend trok hij het meisje terug van een inham waarover ze bijna gestruikeld was en haastig rende ze achter hem aan. Dom wicht, ze was het niet gewend om door een bos te lopen, niemand was ooit bij hun oude huis geweest. Zij zou de eerste zijn, op hun slachtoffers na dan.
'Jace waar gaan we helemaal heen? Je zei dat we wapens gingen halen, niet door het bos wandelen,' hoewel het voordeel was dat hier geen zombies waren.
'We gaan naar mijn oude huis, daar liggen genoeg wapens om te kunnen overleven en stop met zeuren, je mag weg wanneer je wilt, ik houd je niet tegen.' Discussie gesloten. Beiden wisten dat Iraia bij hem zou blijven vanwege de veiligheid, dus beiden wisten ook dat ze niet zo heel erg veel in te brengen had met waar ze heen zouden gaan en hoe ze zouden lopen. Bovendien, er waren hier geen zombies dus wat had ze te klagen? Oké, wauw ze moest in een bos lopen en was dat niet gewend omdat mevrouw een verwend kreng was, dat boeide Jace geen ene fuck. Zij wilde overleven? Bij hem blijven dan. Geen gezeik. Rust. Uiteindelijk doemde het huis voor hen op en eventjes stond hij stil, denkend aan de tijd die hij hier in eerste instantie met Samuel had beleefd en daarna met Alia. Het meisje waar hij zoveel van hield, die hij in een woede bui gewoon gewurgd had. Altijd zou het aan hem blijven knagen en dat was ook waarom hij vooral meisjes op afstand hield tegenwoordig, niemand die Alia kon vervangen en niemand die dat ooit zou doen. Sam had hem vaak gepest met dat hij voor een slachtoffer gevallen was, maar Jace wist dat het vriendschappelijk was en hij miste zijn vriend. Om eerlijk te zijn had hij werkelijk geen idee wat er van Sam geworden was sinds hij vertrokken was, waarschijnlijk was hij ook gewoon vertrokken, want er waren geen slachtoffers meer gevallen, niet in deze streek tenminste. De deur ging krakend open en Jace voelde de gejaagde ademhaling van Iraia in zijn nek, dat kon hij dan wel weer begrijpen, het huis zag er niet bepaald nog uitnodigend uit. Sluipend gingen ze verder, je wist nooit of er hier zo'n monster zat. Verrek, er schuifelde iets achter hen. Met een ruk draaide Jace zich om, maar zijn lichaam werkte niet meer zodra hij zag wat er achter hen was. Ja, het was een zombie, maar het was ook Samuel. Er zat een flink gat in zijn rechterbovenbeen, duidelijk was er een stuk uit zijn slagader gebeten en daaraan was hij dood gebloed. Langzaam kwam het gevaarte op hen af geschuifeld en Jace vergat alles wat hij ooit geweten had. Zijn vriend, zijn partner. Dood. Een monster. De griezelige hand wilde zijn arm vastpakken, tot Iraia er bovenop sprong en met een mes begon in te hakken op zijn hoofd. Met een schok kwam Jace weer tot het bewustzijn en trok het meisje weg van het monster. Nu echt dood. Samuel had het leven verlaten door één of andere zombie, was er zelf eentje geworden en bijna had hij hen er ook eentje gemaakt. Het deed Jace pijn om te zien wat er van zijn vriend was geworden. Nu was zijn verleden echt dood. Alia dood. Samuel dood. 'Jace we moeten hier weg, pak die wapens en dan gaan we!' De paniek in Iraia's stem bracht hem terug en hij rende de kelder binnen, goed lettend op of hij nog meer zombies hoorde en greep de eerste wapens die hij te pakken kon krijgen.

_________________
Hope is all you have, let me destroy it.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://tradimenzi.actieforum.com
Dean

avatar

Aantal berichten : 1215
Registratiedatum : 29-12-12
Leeftijd : 20

BerichtOnderwerp: Re: Them goddamn walking dead   za jul 27, 2013 12:19 am

Ineens zag ze vlammen, die hoog oprezen. Er stond iets in de fik en aangezien ze niet het gevoel had dat doden echt van vuur hielden, moest er daar een mens zijn. Met moeite kwam ze weer overeind, liep ze naar de andere rand van het dak. Hoe moest ze daar komen? Over de daken was geen optie, honderd meter verder was een steeg die haar de weg over de daken blokkeerde. Ze zuchtte, begon in ieder geval te lopen in de richting van het vuur. Het ging helaas niet snel, ze had zelfs het gevoel dat ze nauwelijks vooruit kwam. Het ging langzaam, te langzaam voor het meisje en ze kon er maar weinig aan doen, omdat ze, toen ze eenmaal wat sneller liep, ze struikelde over een pijpleiding en bijna van het dak afviel. Haar hart bonsde eventjes twintig maal sneller dan eerst en nu was ze dus echt doodsbang en paste ze op haar voeten, waardoor ze alleen maar langzamer vooruit kwam. Het vuur, zou de levende al weg zijn bij het vuur dat nu hoog uit het dak sloeg? Of misschien was hij of zij wel omgekomen in het vuur. Het was eigenlijk gewoon een rare actie, om naar het vuur toe te lopen. Hoe groot was de kans dat er echt iemand was? Ze liet zich via een brandtrap naar beneden zakken richtte haar ogen op de straat die ietwat leeg leek, waarschijnlijk vluchtte alle doden weg van het vuur dat zelfs hier voelbaar was. Met nerveuze passen liep ze dichterbij, met hoop dat er echt iemand zou zijn daar, echt iemand die haar kon helpen overleven. Ze was gefixeerd op het gebied voor haar en toen ze met een aardige herrie de hoek om kwam lopen, werd ze aangekeken door de pijlpunt van een pijl. Deze pijl zat in een kruisboog en dat ding was gericht op haar hoofd. Direct zette ze een stap terug, bang. De persoon erachter was dan ook wel aardig angstaanjagend, hij had een akelig bleke huid en donkere lijnen die deze huid sierden. En hij had zijn wapen nog steeds op haar gericht. Ze was bang voor hem, probeerde terug te deinzen maar vond een muur. Ze had een andere overlevende gevonden, maar hij leek niet al te vriendelijk. 'Alsjeblieft,' fluisterde ze zachtjes, angstig. Nee, hij mocht haar niet doodschieten. Ze leefde nog, was geen monster. Hij kon haar niet zomaar neerschieten.

'Alsjeblieft,' fluisterde het meisje zacht, terwijl ze probeerde nog verder terug te deinzen van zijn wapen. Niet dat dat haar lukte, ze stond nu tegen een muur aan en dus was het niet mogelijk voor haar om weg te komen. Maar ging hij haar echt neerschieten? Ze was een meisje, een levende en geen dode. Was het niet monsterlijk om de laatste levenden af te schieten, vooral omdat zij de enige was die hij had gezien sinds hij het huis in de fik had gestoken en afgewacht had tot het uitgebrand zou zijn. Hij aarzelde, liet zijn wapen zakken en hoorde toen gegrauw, waarna hij het ding weer hief en schoot op het geluid. Een walker viel ten gronde en bleef daar liggen, dood. Hij hijgde, zijn ogen flitsten door de ruimte en toen hij merkte dat er inderdaad niets aan de hand was, liet hij zijn kruisboog echt zakken en borg deze op. Het meisje stond nog steeds tegen de muur, doodsbang. Alsof ze dacht dat hij haar alsnog af zou schieten, wat natuurlijk ook goed mogelijk was aangezien hij niet echt een vriendelijk uitzag en dat wist hij heus wel. Hoewel het tengere meisje hem qua postuur deed denken aan Nimue, voelde hij eventjes geen verdriet. Wat kon hij anders doen? Hij liep op haar toe, pakte haar bij haar schouders. 'We moeten de stad uit, het is hier te vol,' sprak hij en hij keek haar strak aan, hoopte op een reactie. Zij knikte, nog steeds trillend. Hij liet zijn ogen wat beter over haar glijden en het viel hem op dat ze niets had. Geen wapens, geen voedsel. Helemaal niets, dus ze zou totaal afhankelijk van hem zijn als hij haar meenam. Maar hij was geen beest meer, Nimue had dat uit hem gehaald. Hij zou het meisje meenemen naar het buitengebied van de stad, waar ze nu naartoe liepen over straten die langzaam leeg werden, omdat de makkelijke prooien nog in hun huizen schuilde en niet meer over straat probeerde te rennen, naar de vrijheid. Dit gaf hun de kans om de stad te verlaten en op een ietwat verlatere weg te stranden, waar enkele verlaten wagens stonden. Hier was het op het eerste gezicht rustig, maar hij bleef waakzaam terwijl hij tegelijkertijd probeerde te zorgen dat het meisje niet achter raakte, anders zou hij nog iemand verliezen en hoewel hij haar nou niet echt mocht, -hij kende haar niet eens- wilde hij niet dat ook zij dood zou gaan dankzij zijn fouten. Tot nu toe was het gelukkig rustig.

_________________
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Tinn

avatar

Aantal berichten : 774
Registratiedatum : 20-01-13
Leeftijd : 20

BerichtOnderwerp: Re: Them goddamn walking dead   za jul 27, 2013 12:42 am

Aardig snel liepen ze over de straten, maar het feit dat hij haar meetrok op zijn tempo, zat haar een beetje dwars. Ze trok haar pols los uit zijn grip, maar hij leek dat niet door te hebben. Maakte niet uit, ze was los, moest blijven rennen en ervoor zorgen dat ze hem niet uit het zicht verloor. Anders was ze weer alleen. Het was vreemd dat je in een situatie zoals deze zo makkelijk bij mensen bleef, normaal gezien zou ze nooit zomaar met iemand meegaan. Nou ja, dit was dan ook niet echt een normale situatie. Verre van eigenlijk. Niets was echt normaal meer. Ze keek vluchtig de omgeving rond, waarna ze twee andere personen zag en de arm van de jongen greep, die geschrokken achterom keek. 'Wacht,' fluisterde ze. 'Kijk, daar.' Ze wees het duo aan, een menselijk duo. Ze schuifelden niet en de ene hield iets vast wat op een kruisboog leek. 'Nog overlevenden?' vroeg hij, waarna ze hem achter één van de wagens trok. 'Laten we ze zomaar gaan?' aarzelde de jongen. 'Ze zijn misschien nog de enige overlevenden op ons na.' Daar had hij een punt en ze liep voorzichtig langs de auto, waarna ze wachtte tot de twee iets verderop waren en ze ze langs achteren aan konden vallen. Ze keek even achterom, waarna ze de jongen aankeek. 'Jij het meisje, aangezien ik een beter wapen heb en zij niets heeft.' Hij knikte even, waarna zij het teken gaf en ze beiden naar het duo liepen. Zij greep de jongen langs achteren en hield het zwaard bij zijn hals. 'Ik wil je geen pijn doen,' siste ze, waarna ze een hartslag voelde in zijn hals, wat erop duidde dat hij echt leefde. 'Ben je gebeten?' vroeg ze, waarna ze haar greep iets verzwakte. Een korte blik achterom bevestigde dat de jongen ook zijn plan in werking had gezet en hij hield het meisje vast, met zijn hand over haar mond heen. 'Waar heb je die wapens vandaan?' vroeg ze, waarmee ze op zijn kruisboog doelde. Nou ja, aanvallen was misschien niet meteen de beste keuze geweest, aangezien ze niet wist wie deze jongen, eigenlijk man, was. Misschien was hij één of andere rover, kon altijd. Goed, ze had hem nu wel in een houdgreep en het hing af van zijn krachten.

Nog overlevenden. Twee, om precies te zijn. Een ietwat vreemde gozer en een tenger, angstig meisje. Veel tijd om verder te observeren had hij niet, want hij werd al meteen achter een auto getrokken. Nou nou, ruwe meid dus. Hij grijnsde even, waarna zij hem een opdracht gaf. Hij moest het meisje grijpen, dan ging zij voor de jongen, puur omdat zij een zwaard had en hij een simpel zakmes. Nou ja, ze vonden verder wel nog wapens. Als bijna iedereen dood was, was het ook niet echt stelen wanneer je er één meenam. Nou ja, nu ze achter een auto verscholen waren, kon hij ook wel even kijken of er wat te vinden was. Voordeel was dat hij ook nog eens geluk had, want onder de auto lag een pistool en wanneer hij even keek, zag hij nog drie kogels. Goed, munitie hadden ze nodig. Of ja, had hij nodig. Voordeel was wel dat hij ooit met die dingen had leren schieten en het dus nog steeds kon. Goed, de meid liep al naar voor en vloog meteen om de jongen heen, waarna hij even een wenkbrauw optrok en naar het meisje liep, om meteen zijn hand op haar mond te leggen zodat ze niet zou beginnen gillen. 'Shh, shh, stil,' fluisterde hij in haar oor. 'We doen je niets.' Hij hield het meisje stevig vast, waarna hij toekeek hoe zij de jongen onder handen nam. 'Waar heb je die wapens vandaan?' Hey, goede vraag. Slimme meid. Nu was het alleen hopen dat de jongen ook antwoord gaf, hij was tenslotte langer en misschien ook nog eens sterker. En hij had een kruisboog, dus als hij kon richten, richtte hij op zijn 'partner'. Hij wist niet echt wat zij van plan was met hem hoor, maar aangezien ze samen gevlucht waren, zouden ze ook ongeveer samen blijven. Toch? Ja, was wel logisch. Niet dat hij het erg vond hoor, absoluut niet. Hij vond haar wel een leuke meid, beetje gewelddadig misschien, maar dat zou nu het nieuwe principe worden. Ongeveer.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
Ravay
Admin
avatar

Aantal berichten : 981
Registratiedatum : 29-12-12
Leeftijd : 21

BerichtOnderwerp: Re: Them goddamn walking dead   za jul 27, 2013 10:56 pm

Terwijl Jace naar beneden rende om wapens te gaan pakken, had Iraia de keuken ontdekt en ze ging er als een speer naartoe. Er moest toch ergens wat te eten zijn? Oké, misschien was het niet heel veel en waarschijnlijk ook geen spullen die een bepaalde houdbaarheidsdatum hadden, maar er stonden toch wel wat kaakjes of iets?

_________________
Hope is all you have, let me destroy it.
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken http://tradimenzi.actieforum.com
Gesponsorde inhoud




BerichtOnderwerp: Re: Them goddamn walking dead   

Terug naar boven Ga naar beneden
 
Them goddamn walking dead
Terug naar boven 
Pagina 1 van 1
 Soortgelijke onderwerpen
-
» The Rain gives Life and dead
» Walking in the moonlight
» {{Story}} After the dead #1
» ♡ Even a dead fish can go with the flow . {Open}
» If you give me your deathless dead I will give you my feeling {Kittensearch BrokenxDeath}

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Tradimenzi :: Off-Topic :: Overig-
Ga naar: